Volgens mij is het de nachtmerrie van iedere muzikant. Je denkt een origineel lied te hebben geschreven en krijgt vervolgens te horen dat het al bestaat.
Het overkwam Coldplay. Hun (mooie) Viva la Vida (link) heeft dezelfde melodie als het (evenzogoed verdienstelijke) If I Could Fly van de heer Satriani (link). Laatstgenoemde was eerder, dus die gaat verhaal halen in de rechtszaal. Of die zaak al is opgelost weet ik niet.
Het lijkt me sterk dat er sprake is van kwaad opzet. Coldplay gebruikte eerder een deuntje van Kraftwerk (Computerliebe werd Talk), maar vroeg hiervoor toestemming aan de Duitse synthpioniers en gaf hen de eer. Als ze iets van Satriani wilden gebruiken hadden ze hem dat ook vast wel gevraagd.
Het is waarschijnlijker dat één van de bandleden het nummer van Satriani ooit gehoord heeft en onbewust heeft opgeslagen; toen het idee weer bovenkwam moet hij gedacht hebben dat het zijn eigen idee was.
Dat, of het is echt puur toeval. Dat kan ook; wat je met muziek kan doen kent immers zijn beperkingen.
Laatst wees iemand mij erop dat een deuntje van mij wel erg leek op iets van, of all things, Kraftwerk. Nou heb ik nooit zo fanatiek naar Kraftwerk geluisterd, maar ik heb het bekeken, en verdomd als het niet waar is. Toeval? Misschien heb ik het lied van Kraftwerk ooit ergens gehoord, misschien ook niet. Maar ik zal de eerste zijn om het toe te geven als ergens dezelfde melodie in zit.
Het kan altijd gebeuren dat je als artiest per ongeluk iets maakt wat al bestaat. Als de ene oermens het wiel niet had uitgevonden, had de ander het wel gedaan. Coldplay moet toegeven dat hun lied lijkt op dat van Satriani, en hem wat krediet geven. Niet teveel; Viva la Vida blijf het lied van Coldplay. Het wijkt af van Satriani's nummer zoals Talk van Computerliebe.
Satriani kan dan best over zijn hart strijken. Ere wie eer toekomt; we hoeven elkaar niet altijd uit te persen.
Plagiaat per ongeluk. Het kan de beste overkomen, en ook een virtuoos als Satriani zal er wel eens bang voor zijn. Ik hoop dus dat ze dit conflict gentlemanly zullen oplossen.
maandag 9 februari 2009
dinsdag 3 februari 2009
Humor
MB is een ex-cabaretier, die ik nog ken uit mijn tijd bij Theater de Molen in Beuningen. Tussen 1990 en 2004 reisde hij langs alle theaters in het land; een gewaardeerd humorist, die echter nooit de grote beroemdheid heeft opgezocht. Tegenwoordig leert hij de kunst aan mindere goden, waaronder ikzelf.
Ik vroeg MB of je, naar zoveel jaar intensief met cabaret bezig te zijn, eigenlijk nog wel dingen leuk vindt. Ik heb Freek de Jonge ooit horen zeggen dat hij na zoveel jaar grappig moeten wezen zijn ziel aan de duivel had verkocht; hij lacht nergens meer om. Omdat hij de structuur van de grap van binnen en van buiten kent. Een grap is voor Freek een afgekloven kippenbout. Humor is voor de oude komiek als bloed voor de verpleegster; het doet hem niets meer, maar het blijft zijn broodwinning.
MB keek verbaasd op. Hij zij dat hij juist elke keer weer verrast kon worden door nieuwe vondsten van nieuwe cabaretiers. Elke keer als hij zijn cursus geeft gebeurt er wel iets dat hem doet schaterlachen. Natuurlijk, je weet waaróm je lacht. Je kunt een grap analyseren, des te beter als je er verstand van hebt. Maar dat maakt het nog niet minder leuk.
Dus als Freek de lach kwijt is, komt dat niet omdat hij de lach te goed kent. De lach is een oude vriend, waarvan hij vervreemd is graakt. Misschien is hij wel echt de verbitterde oude man waarvoor hij tegenwoordig vaak wordt uitgemaakt. Maar de lach kent zoveel gezichten, dat je nooit op hem uitgekeken raakt. Hij kan je elke keer weer verassen. Laten we hopen dat Freek het goed zal maken met zijn oude vriend.
Wat kon Freek nou gebeuren, toen hij in een lachstuip schoot?
Er is leven, er is leven na de dood.
Ik vroeg MB of je, naar zoveel jaar intensief met cabaret bezig te zijn, eigenlijk nog wel dingen leuk vindt. Ik heb Freek de Jonge ooit horen zeggen dat hij na zoveel jaar grappig moeten wezen zijn ziel aan de duivel had verkocht; hij lacht nergens meer om. Omdat hij de structuur van de grap van binnen en van buiten kent. Een grap is voor Freek een afgekloven kippenbout. Humor is voor de oude komiek als bloed voor de verpleegster; het doet hem niets meer, maar het blijft zijn broodwinning.
MB keek verbaasd op. Hij zij dat hij juist elke keer weer verrast kon worden door nieuwe vondsten van nieuwe cabaretiers. Elke keer als hij zijn cursus geeft gebeurt er wel iets dat hem doet schaterlachen. Natuurlijk, je weet waaróm je lacht. Je kunt een grap analyseren, des te beter als je er verstand van hebt. Maar dat maakt het nog niet minder leuk.
Dus als Freek de lach kwijt is, komt dat niet omdat hij de lach te goed kent. De lach is een oude vriend, waarvan hij vervreemd is graakt. Misschien is hij wel echt de verbitterde oude man waarvoor hij tegenwoordig vaak wordt uitgemaakt. Maar de lach kent zoveel gezichten, dat je nooit op hem uitgekeken raakt. Hij kan je elke keer weer verassen. Laten we hopen dat Freek het goed zal maken met zijn oude vriend.
Wat kon Freek nou gebeuren, toen hij in een lachstuip schoot?
Er is leven, er is leven na de dood.
dinsdag 27 januari 2009
Provincie
Ik heb tentamens komende week. Gisteren, en vandaag trouwens ook, was het prachtig weer. Tijd dus om er even uit te soggen.
Ik ondernam, zoals ik wel vaker doe, een fietstochtje door het Groninger land. Ik weet niet wie ooit zei dat Nederland vol is, maar die is zeker nooit in de Ommelanden geweest. Als Stad eenmaal uit het zicht verdwenen is zie je groene, modderige weilanden zover als het oog reikt. Soms wordt een enorm stuk grond bevolkt door één enkel schaap. De horizon is je constante metgezel. Hier en daar kom je door wierden met namen als Wierumerschouw, Aduarderzijl en Slaperstil, die vaak uit niet meer bestaan dan drie boerderijen en (soms) een kerkje.
Af en toe kom je wat oude mensen tegen, verder is het leeg. In het Reitdiep liggen oude, roestige scheepjes. Soms rijdt er een auto voorbij. Mijn fiets kraakt. Verder is het stil.
Goed.
Ik kom ook wel eens in de Randstad. Mijn moeder is verliefd op Amsterdam (en op iemand die er woont). Ik heb bovendien wat vrienden die in het Westen wonen. En zo maakt je dan een ritje per trein door de westelijke provincies. Woerden. Capelle. Hoofddorp. Amsterdam-Zuid.
Om de een of andere reden doet het niet-toeristiche, niet-grootstedelijke deel van de Randstad me veel leger, verlatener en desolater aan dan het Groninger land. Mensen zijn er genoeg. Toch is er een zekere armoede. Alles is hier binnen handbereik, maar het is kil en grauw.
Mijn fietstocht eindigt in Winsum, wat overigens een prachtdorp is. Het begint donker te worden. Er staat tegenwind richting Stad, dus ik koop een treinkaartje voor de fiets; in Winsum is een stationnetje. En daar is de Winsumer hangjeugd; niets te klagen, niets te doen. Misschien dromen ze van de grote stad, misschien ook wel niet. Waarom zouden ze?
Volgens mij wil iedereen altijd ergens anders zijn.
Ik ondernam, zoals ik wel vaker doe, een fietstochtje door het Groninger land. Ik weet niet wie ooit zei dat Nederland vol is, maar die is zeker nooit in de Ommelanden geweest. Als Stad eenmaal uit het zicht verdwenen is zie je groene, modderige weilanden zover als het oog reikt. Soms wordt een enorm stuk grond bevolkt door één enkel schaap. De horizon is je constante metgezel. Hier en daar kom je door wierden met namen als Wierumerschouw, Aduarderzijl en Slaperstil, die vaak uit niet meer bestaan dan drie boerderijen en (soms) een kerkje.
Af en toe kom je wat oude mensen tegen, verder is het leeg. In het Reitdiep liggen oude, roestige scheepjes. Soms rijdt er een auto voorbij. Mijn fiets kraakt. Verder is het stil.
Goed.
Ik kom ook wel eens in de Randstad. Mijn moeder is verliefd op Amsterdam (en op iemand die er woont). Ik heb bovendien wat vrienden die in het Westen wonen. En zo maakt je dan een ritje per trein door de westelijke provincies. Woerden. Capelle. Hoofddorp. Amsterdam-Zuid.
Om de een of andere reden doet het niet-toeristiche, niet-grootstedelijke deel van de Randstad me veel leger, verlatener en desolater aan dan het Groninger land. Mensen zijn er genoeg. Toch is er een zekere armoede. Alles is hier binnen handbereik, maar het is kil en grauw.
Mijn fietstocht eindigt in Winsum, wat overigens een prachtdorp is. Het begint donker te worden. Er staat tegenwind richting Stad, dus ik koop een treinkaartje voor de fiets; in Winsum is een stationnetje. En daar is de Winsumer hangjeugd; niets te klagen, niets te doen. Misschien dromen ze van de grote stad, misschien ook wel niet. Waarom zouden ze?
Volgens mij wil iedereen altijd ergens anders zijn.
Handschoenen
Zo ben je gezond en min of meer gelukkig, zo ontdek je ineens dat je een bizarre handidcap hebt.
Ik had in de trein mijn handschoenen laten liggen. Dat is nog niet de handicap; daar kom ik zo op. Enfin, gebeurt iedereen wel eens, natuurlijk. Dus ik naar de stad, in dit geval Nijmegen, om nieuwe handschoenen te kopen.
Blijkt dat ineens godsonmogelijk te zijn. Waarom? Ik heb abnormaal grote handen. Dat moet wel, want uit drie winkels paste me werkelijk níets. Vooral mijn duimen zijn veel te lang, en dat is voor de meeste wanten de beperkende factor.
In de vierde winkel heb ik uiteindelijk een paar XXL-exemplaren op de kop kunnen tikken. Die gaan nog net.
Tja, wat moet je ermee? Accepteren dan maar. Misschien moet ik een Hyve oprichten voor mensen met grote handen. Buiten het handschoenen kopen heb ik er in ieder geval niet al te veel last van. Bij het pianospelen is het alleen maar handig. En ik weet nu ook dat ik op dit paar handschoenen zuinig moet zijn...
Ik had in de trein mijn handschoenen laten liggen. Dat is nog niet de handicap; daar kom ik zo op. Enfin, gebeurt iedereen wel eens, natuurlijk. Dus ik naar de stad, in dit geval Nijmegen, om nieuwe handschoenen te kopen.
Blijkt dat ineens godsonmogelijk te zijn. Waarom? Ik heb abnormaal grote handen. Dat moet wel, want uit drie winkels paste me werkelijk níets. Vooral mijn duimen zijn veel te lang, en dat is voor de meeste wanten de beperkende factor.
In de vierde winkel heb ik uiteindelijk een paar XXL-exemplaren op de kop kunnen tikken. Die gaan nog net.
Tja, wat moet je ermee? Accepteren dan maar. Misschien moet ik een Hyve oprichten voor mensen met grote handen. Buiten het handschoenen kopen heb ik er in ieder geval niet al te veel last van. Bij het pianospelen is het alleen maar handig. En ik weet nu ook dat ik op dit paar handschoenen zuinig moet zijn...
maandag 8 december 2008
Flaneren
Ik hou van flaneren. Jezelf te voet door de stad bewegen en de mensen en dingen te observeren, zonder er zelf deel van uit te maken.
Op de Grote Markt staat een reuzenrad. Nou ja, een dwerg onder de reuzenraden. Ik heb wel eens kleinere reuzenraden gezien. Dit is nog geen lilliputter, maar toch zeker een dwerg. De mensen bovenaan komen niet boven de laagste gebouwen om de Grote Markt uit. Gevolg: uitzicht op de Grote Markt, verder niets. Ze kunnen de opper-corpsballen op het bovenste balkon van Vindicat net niet in de ogen kijken. Een reuzenrad op de Grote Markt is sowieso niet zo indrukwekkend; naast de Martinitoren is ieder kermistuig klein.
Verderop, voor het Gemeentehuis, ligt een ijsbaan. Vermoedelijk houdt de aanwezigheid van de ijsbaan verband met die van het reuzenrad. Heel idyllisch, met een grote kerstboom in het midden en een kostenefficiënte Koek & Zopie ernaast. Maar het moet wel gezellig blijven, dus eromheen light een barricade waarvoor ze in Israël hun neus niet zouden ophalen. Eerst betalen! Zelf kan ik niet schaatsen. Met enige jaloezie bezie ik de gracieuze ijsdansbewegingen van de ervaren dames op het ijs. Dat zou ik ook wel willen kunnen. Maar ja, je kunt het niet leren zonder een paar keer ongenadig op je sodemieter te gaan. Je kunt het lafheid noemen, ik heb het liever over een goed ontwikkeld overlevingsinstinct.
Tussen de Grote Markt en de Guldenstraat staat een reclamebord. Zo'n automatisch billboard met twee posters erin, die elkaar om de zoveel seconden afwisselen. Die functie wordt echter niet zo goed toegepast; de twee posters zijn precies hetzelfde. Twee identieke posters die de aandacht vestigen op een aanbieding de firma T. wisselen elkaar af. Een ongelukkig toeval? Een fout van de coördinator? Of juist een opzettelijk verrassingseffect, om de boodschap te laten beklijven? Ik kan me de poster in ieder geval nog voor de geest halen. Dat is meestal niet het geval.
Aan de Oude Boteringestraat bevindt zich een reisbureau. Er staat een poster die een reis naar India aanprijst. De poster wordt opgesierd door een afbeelding van twee witte tijgers. Witheid is een zeldzame mutatie in een tijger, die het dier evolutionair gezien weinig voordeel oplevert. Alle witte tijgers die thans leven zijn de nakomelingen van één enkel dier. Ze lieten dit mannetje een kind verwekken bij zijn eigen dochter, dat weer wit was. Langs deze weg zijn er op agressieve wijze een aantal witte tijgers gekweekt, allemaal naaste familie, die de dierentuinen, casino's in Las Vegas en posters van reisbureaus mogen opleuken. Onethisch en smakeloos, vinden sommigen, al helemaal omdat tijgers op zich al bedreigd zijn. Bloemschikken met kattengenen. Zelf weet ik het niet zo. Maar zo weet je nog eens wat er achter schijnbaar onschuldige schoonheid schuilgaat.
Zomaar wat observaties uit een uurtje flaneren in Groningen. De verwondering ligt op straat.
Op de Grote Markt staat een reuzenrad. Nou ja, een dwerg onder de reuzenraden. Ik heb wel eens kleinere reuzenraden gezien. Dit is nog geen lilliputter, maar toch zeker een dwerg. De mensen bovenaan komen niet boven de laagste gebouwen om de Grote Markt uit. Gevolg: uitzicht op de Grote Markt, verder niets. Ze kunnen de opper-corpsballen op het bovenste balkon van Vindicat net niet in de ogen kijken. Een reuzenrad op de Grote Markt is sowieso niet zo indrukwekkend; naast de Martinitoren is ieder kermistuig klein.
Verderop, voor het Gemeentehuis, ligt een ijsbaan. Vermoedelijk houdt de aanwezigheid van de ijsbaan verband met die van het reuzenrad. Heel idyllisch, met een grote kerstboom in het midden en een kostenefficiënte Koek & Zopie ernaast. Maar het moet wel gezellig blijven, dus eromheen light een barricade waarvoor ze in Israël hun neus niet zouden ophalen. Eerst betalen! Zelf kan ik niet schaatsen. Met enige jaloezie bezie ik de gracieuze ijsdansbewegingen van de ervaren dames op het ijs. Dat zou ik ook wel willen kunnen. Maar ja, je kunt het niet leren zonder een paar keer ongenadig op je sodemieter te gaan. Je kunt het lafheid noemen, ik heb het liever over een goed ontwikkeld overlevingsinstinct.
Tussen de Grote Markt en de Guldenstraat staat een reclamebord. Zo'n automatisch billboard met twee posters erin, die elkaar om de zoveel seconden afwisselen. Die functie wordt echter niet zo goed toegepast; de twee posters zijn precies hetzelfde. Twee identieke posters die de aandacht vestigen op een aanbieding de firma T. wisselen elkaar af. Een ongelukkig toeval? Een fout van de coördinator? Of juist een opzettelijk verrassingseffect, om de boodschap te laten beklijven? Ik kan me de poster in ieder geval nog voor de geest halen. Dat is meestal niet het geval.
Aan de Oude Boteringestraat bevindt zich een reisbureau. Er staat een poster die een reis naar India aanprijst. De poster wordt opgesierd door een afbeelding van twee witte tijgers. Witheid is een zeldzame mutatie in een tijger, die het dier evolutionair gezien weinig voordeel oplevert. Alle witte tijgers die thans leven zijn de nakomelingen van één enkel dier. Ze lieten dit mannetje een kind verwekken bij zijn eigen dochter, dat weer wit was. Langs deze weg zijn er op agressieve wijze een aantal witte tijgers gekweekt, allemaal naaste familie, die de dierentuinen, casino's in Las Vegas en posters van reisbureaus mogen opleuken. Onethisch en smakeloos, vinden sommigen, al helemaal omdat tijgers op zich al bedreigd zijn. Bloemschikken met kattengenen. Zelf weet ik het niet zo. Maar zo weet je nog eens wat er achter schijnbaar onschuldige schoonheid schuilgaat.
Zomaar wat observaties uit een uurtje flaneren in Groningen. De verwondering ligt op straat.
zaterdag 6 december 2008
Fiets
Ik woon bijna drie en een half jaar in Groningen, en ik ben al aan mijn vierde fiets toe. Mijn fiets is echter nog nooit gestolen geweest; ze gaan altijd gewoon finaal stuk.
Mijn eerste had een compleet verwrongen frame, van de tweede brak de as van het voorwiel, van de derde viel de versnellingsbak eraf. Daarnaast heb ik meegemaakt dat mijn voorwiel spontaan dubbelklapte terwijl ik zat te fietsen en dat mijn zadel door vandalen in de fik was gestoken, waardoor mijn fiets onder het gesmolten plastic kwam te zitten.
Afgelopen woensdag gebeurde er weer zoiets bizars; mijn voorspatbord brak in tweeën, en het afgebroken deel nestelde zich hardnekkig tussen het wiel en de voorvork. Dit was het deel dat met kleine stangetjes aan de as vastzat, dus doorfietsen was er voorlopig niet bij.
Ik zette hem dus maar neer voor het huis van de vriend, waar ik bij op bezoek was (die waar ik het in mijn vorige blog over had - die nog rookt). Nu wil het geval dat deze bewuste vriend een ex-verslaafde is en in een woongemeenschap met lotgenoten woont.
Ik grapte dat ik het wel kon laten om hem op slot te zetten. De vriend wees me erop dat dat vast niet zo'n goed idee was voor een gebouw met dertig junks. "Een verslaafde is niet hetzelfde als een crimineel" zei ik, politiek-correct. "Heilig zijn ze geen van allen", antwoordde hij. Hij kan het weten. Ik voelde me weer een ouderwetse salonsocialist.
Vanmiddag was ik eindelijk in de gelegenheid om mijn verweesde fiets weer op te zoeken, gewapend met een tas vol gereedschap van mijn trouwe huisgenoot. Met een hamer, een tang en een Engelse sleutel ging ik het voorwiel te lijf.
Op een gegeven moment begon ik me te realiseren dat het er toch een beetje verdacht uit moest zien; zo iemand die met gereedschap aan een vastgemaakte fiets aan het fröbelen is. Om het gezeur voor te zijn haalde ik mijn fiets van het slot.
Nou ja, gelukkig wist ik de boel te repareren. Ik kan voorlopig weer even vooruit met fiets nummer vier. Voor zolang als het duurt.
Mijn eerste had een compleet verwrongen frame, van de tweede brak de as van het voorwiel, van de derde viel de versnellingsbak eraf. Daarnaast heb ik meegemaakt dat mijn voorwiel spontaan dubbelklapte terwijl ik zat te fietsen en dat mijn zadel door vandalen in de fik was gestoken, waardoor mijn fiets onder het gesmolten plastic kwam te zitten.
Afgelopen woensdag gebeurde er weer zoiets bizars; mijn voorspatbord brak in tweeën, en het afgebroken deel nestelde zich hardnekkig tussen het wiel en de voorvork. Dit was het deel dat met kleine stangetjes aan de as vastzat, dus doorfietsen was er voorlopig niet bij.
Ik zette hem dus maar neer voor het huis van de vriend, waar ik bij op bezoek was (die waar ik het in mijn vorige blog over had - die nog rookt). Nu wil het geval dat deze bewuste vriend een ex-verslaafde is en in een woongemeenschap met lotgenoten woont.
Ik grapte dat ik het wel kon laten om hem op slot te zetten. De vriend wees me erop dat dat vast niet zo'n goed idee was voor een gebouw met dertig junks. "Een verslaafde is niet hetzelfde als een crimineel" zei ik, politiek-correct. "Heilig zijn ze geen van allen", antwoordde hij. Hij kan het weten. Ik voelde me weer een ouderwetse salonsocialist.
Vanmiddag was ik eindelijk in de gelegenheid om mijn verweesde fiets weer op te zoeken, gewapend met een tas vol gereedschap van mijn trouwe huisgenoot. Met een hamer, een tang en een Engelse sleutel ging ik het voorwiel te lijf.
Op een gegeven moment begon ik me te realiseren dat het er toch een beetje verdacht uit moest zien; zo iemand die met gereedschap aan een vastgemaakte fiets aan het fröbelen is. Om het gezeur voor te zijn haalde ik mijn fiets van het slot.
Nou ja, gelukkig wist ik de boel te repareren. Ik kan voorlopig weer even vooruit met fiets nummer vier. Voor zolang als het duurt.
donderdag 4 december 2008
Tabak
Jammer. Ik zou graag tegen het rookverbod zijn. Tegen de grenzeloze bemoeienis van het betuttelingskabinet. Tegen de verboden, tegen de betweterij, tegen de moralisering. Tegen de terugkeer van de Verboden Vrucht.
Cleopatra zit in de knoei vanwege geluidsoverlast. En er zijn meer kroegen waarvoor de situatie onhoudbaar dreigt te worden. Mensen gaan de straat op. Tevreden rokers zijn geen onruststokers, maar voor de ontevreden roker blijken we ons te moeten hoeden.
Gisteren was ik op bezoek bij iemand die nog wel rookt. Hij doet dit als er gasten zijn keurig op de gang. En toch. Alle kleren die ik gisteren aan had, tot mijn onderbroek aan toe, zijn naderhand vergeven van de tabakslucht. Mijn haar ook.
En ik kan het niet helpen: ik vind het heerlijk dat dit niet meer elke dag zo is als ik ben uitgegaan. Ik zou het graag anders zien, maar ik ben de mensen die het rookverbod invoerden stiekem erg dankbaar. Toch jammer.
Cleopatra zit in de knoei vanwege geluidsoverlast. En er zijn meer kroegen waarvoor de situatie onhoudbaar dreigt te worden. Mensen gaan de straat op. Tevreden rokers zijn geen onruststokers, maar voor de ontevreden roker blijken we ons te moeten hoeden.
Gisteren was ik op bezoek bij iemand die nog wel rookt. Hij doet dit als er gasten zijn keurig op de gang. En toch. Alle kleren die ik gisteren aan had, tot mijn onderbroek aan toe, zijn naderhand vergeven van de tabakslucht. Mijn haar ook.
En ik kan het niet helpen: ik vind het heerlijk dat dit niet meer elke dag zo is als ik ben uitgegaan. Ik zou het graag anders zien, maar ik ben de mensen die het rookverbod invoerden stiekem erg dankbaar. Toch jammer.
Abonneren op:
Posts (Atom)
